We hebben niet veel geld, maar we zijn wel rijk

‘Schijt eraan dat de buurt weet dat ik bij de Voedselbank loop. Het is niet mijn schuld dat het zo gelopen is. Ik had allang aangegeven dat die trein aan het ontsporen was. Maar de hulpverlening kwam te laat op gang.’

Vrolijk
Karin zit financieel in de penarie, maar ze blijft vrolijk. ‘Er zit weer een jeugdtrauma in mijn voedselpakket: rabarber! Aargh! Ga ik direct weggeven! Mensen mopperen, maar je krijgt het, ja, dus niet zeuren. Als je het niet kan gebruiken, kan je er ook iemand anders blij mee maken.’

Verwarrend
‘Niet iedereen beseft hoeveel armoede er is in Nederland’,’ zegt Karin. ‘Ik heb ook zelf schuld aan mijn situatie, hoor. Maar het is bizar hoe snel je aan de grond kan komen te zitten. Al die toeslagen maken het ook ingewikkeld. Toen mijn dochter 18 werd, gingen we van kindgebonden budget en kinderbijslag naar niks. Dan daalt je inkomen behoorlijk. Toen liepen de schulden op.’

Krantenwijk
‘Mijn dochter doet hartstikke haar best. Ze brengt 40 euro in de week in, met haar krantenwijk. Eén keer zei ze tegen mij: mama, alles is best wel duur, hè. Dan breekt toch je hart. Ik had het moeilijk, hoor. Ik zat bij de huisarts, en ik zei: ik zie het leven niet meer zitten. Toen zagen ze de ernst pas in, en kwam de hulp op gang. Gelukkig heb ik nu een budgetmaatje van de gemeente. En natuurlijk de Voedselbank. Dat helpt enorm.’

Problemen
Karin is een intelligente vrouw, maar in haar leven is er veel misgelopen. Ze werkte 10 jaar bij Binnenlandse Zaken, maar raakte bij een reorganisatie haar baan kwijt. ‘Ondertussen was mijn dochter geboren, en ik kreeg problemen met haar vader. We gingen scheiden. Met mijn tweede partner ging het helemaal mis: mijn dochter en ik moesten vluchten naar een Blijf van mijn Lijf huis.’

Positieve draai
‘Wat was dat een moeilijke tijd. Geestelijk was ik niet sterk genoeg voor een baan, en ik ging stomme dingen doen. Ik heb zelfs nog vastgezeten. Ik kwam uit Curaçao, en toen stond er op het vliegveld een hond aan mijn koffer te snuffelen…….Nou, je snapt het al. Oh, wat had ik een spijt. Het is geen excuus, maar ik was totaal wanhopig. Die stommiteit heb ik nu een positieve draai weten te geven. Als ervaringsdeskundige vertel ik op scholen hoe belangrijk het is dat je je leven op de rails houdt. Dat je door een oplossing die makkelijk lijkt verschrikkelijk in de problemen kan komen.’

Lief
‘Eerder liep ik ook een tijdje bij de Voedselbank. Ik vond het toen heel erg, ik schaamde me kapot. Maar nu niet meer. Vergeleken met vroeger zit ik veel beter in mijn vel. Ik heb mensen om me heen die om me geven. En bij de Voedselbank word ik warm ontvangen. Ze zijn echt lief voor me. Tegen mijn dochter zeg ik altijd: we hebben niet veel geld, maar we zijn wel rijk.’

Ik sta er gelukkig niet alleen voor

Meneer Croon is een vriendelijke, wat oudere man, die het prima vindt om wat te vertellen over zijn ervaringen bij de voedselbank. En hoe het voelt om van de voedselbank afhankelijk te zijn om genoeg te eten te hebben.

Nuttig
‘Ik doe er niet moeilijk over dat ik nu bij de voedselbank loop,’ vertelt hij. ‘Ik vind niet dat ik me hoef te schamen. Waarom? Ik heb van mijn vijftiende tot mijn zestigste gewerkt en mijn rug is totaal versleten. Ik heb mijn best gedaan, maar meer zit er gewoon niet in. Ik doe nog wel vrijwilligerswerk, want ik maak me graag nuttig. Bijvoorbeeld in het bejaardenhuis hier.’

Een kei in koken
Hij vindt dat het goed georganiseerd is hier bij de voedselbank. En de mensen zijn heel aardig. ‘Ik ken ze allemaal. Elke donderdag ben ik weer blij om ze te zien. En blij ook met wat ik krijg. Toevallig ben ik een kei in koken! Ik kan overal wat lekkers van maken. Soms krijgen we heel veel groenten, nou, kom maar op! Dat is goed voor je lichaam. Ik vind die pakketten prima.’

Een praatje en een geintje
‘Ik heb heel weinig geld om van rond te komen. Als de voedselbank er niet was, dan had ik het slecht. Maar nu kom ik net rond, en daar ben ik dankbaar voor. Als ik binnenkom is het een kletspraatje, een geintje, een kop koffie. Ik kijk er altijd naar uit. Ik sta er gelukkig niet alleen voor. Wat fijn dat dit er is!’

Boodschappenkar
Ondanks alles is meneer Croon een tevreden mens. ‘Mijn naam mag je gerust vermelden. Want zoals ik al zei, ik heb niks te verbergen en ik schaam me niet. Mijn naam is Croon. Op de foto wil ik niet, maar maak gerust een kiekje van mijn boodschappenkar!’

De vrijwilligers maken ons aan het lachen

Andries en Anja zijn al ruim 20 jaar samen. Toen ze elkaar leerden kennen waren ze allebei dakloos. Maar samen kregen zij hun leven weer op de rails. Andries werd beroepsbrandweerman en Anja vond werk in de zorg. Een huisje, een goed inkomen en een kindje. Maar toen ging het mis.

Buurman
‘Het zonnetje scheen. Anja was met ons zoontje van twee, die in de box zat, in de tuin,’ vertelt Andries. ‘Toen begon een gestoorde buurman, die al vaker idioot gedrag had vertoond, ze ineens te bekogelen met stoeptegels. Het scheelde een haar of ze waren geraakt. Toen ik thuiskwam besloten we om direct te vertrekken. We hebben een paar spulletjes gepakt en gingen tijdelijk in een caravan wonen.’

Niet netjes
‘In het huis mochten we niet meer komen, maar onze spullen stonden er nog. Het lukte maar niet om ze daar weg te krijgen. Het gevolg was een huurschuld. En omdat we het huis niet netjes hadden achtergelaten kregen we een boete. Zo begonnen onze financiële problemen.’

Trieste situaties
‘Van de brandweer was ik intussen overgestapt naar de zorg. Had ik dat maar nooit gedaan. Het vak van brandweerman is adrenaline, actie. Maar in de zorg zag ik alleen maar trieste situaties waar ik niets aan kon doen. Ik kreeg een burn-out. Voor Anja was dat een moeilijke tijd. Zij werkte bij de post, in de thuiszorg en in de schoonmaak. Maar zij kreeg last van reuma, artrose en heel veel pijn. Ik raakte aan de drank. We belandden allebei in de WIA.’

Teveel betaalde toeslagen
‘En dan nog de teveel betaalde toeslagen. Na 3 jaar kregen we ineens bericht dat we van alles moesten terugbetalen. We kregen het niet voor elkaar, dat geef ik eerlijk toe. We hebben natuurlijk een rugzakje, we hebben een heel leven op straat achter de rug. We hebben allebei ADHD. Dat maakt het heel moeilijk om grip te krijgen op je leven. We moeten nu rondkomen van 70 euro in de week, met z’n drieën. Dat is moeilijk. Wij zijn blij met de voedselbank. Al is het niet de Schijf van Vijf, het scheelt toch twee dagen boodschappen halen.’

Een scheef oog
‘Door alle verhuizingen wonen we nu in een kleine gemeente. We merken wel dat mensen op je neerkijken als ze weten dat je bij de voedselbank loopt. Een tijdje terug hadden we een gratis abonnement voor de sportschool gewonnen, en dat heeft in de krant gestaan, dus dat weten ze ook allemaal. Zeker worden wij soms met een scheef oog bekeken, dat kan je niet ontlopen hier.’

Vrijwilligerswerk
‘Maar de vrijwilligers bij het uitdeelpunt zijn gezellig en ze maken ons aan het lachen. Soms krijg ik een knuffel, of een klein extraatje,’ vertelt Anja. Zij en Andries houden van dieren. Binnenkort gaan ze vrijwilligerswerk doen bij de kinderboerderij. Slangen, kippen en ezels verzorgen. Daar kijken ze naar uit.

Ik voel me hier welkom

‘Ik ben Jimmy, 36 jaar. De eerste keer dat ik bij de voedselbank kwam was ik niet bepaald blij, maar ja… ik kon echt niet anders. Overal en nergens moest ik vragen om eten. Ik kon echt niet meer rondkomen.’

Iets teveel inkomen
‘Eerst kwam ik niet in aanmerking voor de voedselbank. Ik was pas uit de schulden, en ik had budgetbeheer. Maar ik had net iets teveel inkomen. Zit je maar een klein beetje boven de grens, dan val je buiten de boot. Je hebt dat extraatje nodig, maar je krijgt het niet. Ik deed bijvoorbeeld vrijwilligerswerk, maar dan had ik de hele dag nog niet gegeten. En voor ’s avonds had ik ook niks.’

Dakloos
Daarna kreeg Jimmy ook nog wat schulden erbij, en toen kwam hij wel in aanmerking. Ooit deed hij een studie metaaltechniek, maar die heeft hij niet afgemaakt. Daarna kwam hij in allerlei slecht betaalde baantjes terecht via uitzendbureaus. Het bleek heel moeilijk om redelijk betaald werk te vinden en dat vast te houden. Zo raakte hij zelfs zijn huis kwijt en liep vervolgens dakloos over straat. Maar sinds een tijdje gaat het goed.

Beter zo!
‘Ik heb gelukkig weer een huis, genoeg te eten en de gelegenheid om wat verder te kijken in mijn leven,’ vertelt hij. ‘Ik doe vrijwilligerswerk en klusjes in een kringloopwinkel. Al met al gaat het met mij zeker beter dan een jaar geleden.’

Stress en hoofdpijn
‘De sfeer hier bij de voedselbank is hartstikke goed en ik voel me welkom. Sowieso ben ik superblij dat ik hier terecht kan. Het verschil met toen ik nog niet bij de voedselbank liep? Minder stress, minder hoofdpijn. Als je zo krap bij kas zit loop je continu te denken: hoe kom ik aan eten. De hele dag. Dat is geen leven. En nu heb ik weer een leven. Dat is het verschil!’

Van een lege ijskast word je niet blij

Ruud is een toffe kerel van 58, Rotterdammer en Feyenoordsupporter in hart en nieren. Vrolijk en bijdehand. Maar een tijdje terug ging het financieel even niet zo goed. Hij kwam terecht bij de voedselbank.

‘De stap om naar de voedselbank te gaan was voor mij niet zo moeilijk. Wat moet je anders, wanneer je moet rondkomen van 50 euro in de week? Elke aanvulling is welkom. Van een lege ijskast word je niet blij, dat kan ik je wel vertellen. Ik zit nu in een traject waarin ik veel moet afbetalen. Voorlopig zit ik er nog even aan vast. Maar bij de pakken neerzitten, nee, dat doen we niet. Het helpt niet om thuis te gaan zitten kniezen.’

Gezellig
‘Ik schaam me niet dat ik bij de voedselbank loop. Ik moet wel zeggen dat mijn kinderen niet zo blij zijn met mijn situatie. Dat kan ik ook begrijpen. Maar ik geef eerlijk toe dat ik het heel fijn vind dat ik hier terecht kan, bij de voedselbank. Het is hier altijd gezellig. De vrijwilligers hier ken ik allemaal. Ik mag ze graag. Ik voel me hier hartstikke welkom. Op mijn gemak.’

Zo leer ik nog eens wat!
‘Of ik het erg vind dat ik niet zelf mijn eten mag kiezen? Welnee joh! Op deze manier eet ik dingen die ik zelf nooit zou kopen. Dus zo leer ik nog eens wat! Weet je, je verwacht niet veel, dus je bent blij met alles. Ik vind de pakketten trouwens hartstikke goed, ik ben altijd tevreden. Af en toe krijgen we zelfs biefstuk. Met Pasen en met Kerst krijg je zelfs een soort creditcard van Albert Heijn, dat je voor een tientje of 20 euro boodschappen mag doen daar. Fantastisch toch.’

Het gaat goed
Het gaat goed met Ruud. Je ziet het aan zijn gezicht en je hoort het aan zijn manier van praten. Hij wil graag verder kijken naar nieuwe mogelijkheden voor de toekomst. En zijn ijskast is niet meer leeg!

Je wordt creatief als je niet zo veel hebt

“Hé Mary, ben je weer naar de kapper geweest?”, roept een vrijwilliger naar een dame met een blond kapsel. “Hoe je ’t nu hebt vind ik echt leuker.” Mary* vertelt lachend hoe ze via Facebook haar kappersbezoeken regelt. “Er is altijd wel een kapster in opleiding die een model zoekt voor gratis knippen en verven. Ja, je wordt creatief als je niet zo veel hebt hè.

In één maand zijn bijvoorbeeld alle kleinkinderen jarig en je wilt ze toch wat geven. Dan heb ik bij de kringloop een loopfietsje voor drie euro gevonden en die knap ik dan wat op. Als mijn kleinzoon het cadeau uitpakt, dan sta ik echt te glunderen. Aan een kind kun je niet goed uitleggen dat oma niks heeft. Door de voedselbank hou ik wat geld over om af en toe eens op een ijsje of aardbeien te trakteren. Dat is toch wat je wilt als oma.”

Zelf weet ze de eerste keer dat ze bij de voedselbank kwam nog goed. “Ik schaamde me kapot en was bang dat ik een bekende zou tegenkomen. Het lastigste vind ik het als een vriendin vraagt of we naar een concert gaan. Dat kan niet. Maar laatst ben ik naar Vlaggetjesdag in de Haven geweest. Broodjes mee en gratis meezingen met Wolter Kroes. Dan heb ik echt een werelddag!”

(* Mary is niet haar echte naam, deze is wel bekend bij de redactie)

Ik vind het zo fijn dat ik weer gastvrij kan zijn

Loes* weet hoe moeilijk het is om voor de eerste keer naar de Voedselbank te gaan. “Ik ben drie keer huilend weggelopen. De schaamte was zo groot. Ik durf het nu eindelijk ook tegen vriendinnen te vertellen. Maar in het begin begon ik al te janken als mijn moeder er naar vroeg.”

Ze heeft net haar tassen gevuld met eten en vers fruit en drinkt nog even een kop koffie. Ze vertelt hoe ze altijd heel hard heeft gewerkt en ondertussen ook drie kinderen in haar eentje moest opvoeden.
“Het lukte allemaal, maar het was erg zwaar. Na een paar rugoperaties kon ik niet meer werken, de schulden liepen op en zo ging ik uiteindelijk de schuldsanering in. En dan kom je op een zeker moment voor die eerste keer bij de voedselbank.

Weet je, goed eten, dat is het eerste waar je op voor schut gaat. ‘Ik eet wel een boterham’, denk je dan. En steeds vaker kom je de deur niet meer uit en nodig je niemand meer uit. Doordat ik nu goed eet, wordt het allemaal stabieler. Ik vind het zo fijn dat ik weer gastvrij kan zijn. Dat ik, als mijn kinderen langs komen, weer kan vragen ‘wil je een kopje soep?’

Ik zou willen dat ik eerder had geweten van het bestaan van de voedselbank. Zeker in die tijd dat ik er helemaal alleen voor stond. Ik zie de nieuwelingen hier huilend binnenkomen en probeer ze te helpen als dat kan. Ik weet hoe zwaar die eerste paar keer zijn.”

(* Loes is niet haar echte naam, die is wel bekend bij de redactie)

‘Ik vind het zo belangrijk om mezelf nuttig te maken’

Mariska* is een lieve vrouw met een warm hart. Ze draagt kleurige lippenstift en een grote glimlach. Ze is klant bij de voedselbank. En ze heeft een droom. ‘Mijn droom is om naar India of naar Afrika te gaan om de mensen daar te helpen.’

Mijn droom
‘Ja, dat is mijn droom, maar ik zou niet weten hoe ik dat moest organiseren, haha! En mijn gezondheid is niet best, dus het kan ook helemaal niet. Maar misschien dat ik binnenkort in de buurt mag gaan koken, als vrijwilliger. Maaltijden bereiden voor grote groepen mensen. Dat zou ik dolgraag willen. Ik vind het zo belangrijk om mezelf nuttig te maken.

Delen
Van mijn vader heb ik geleerd: je moet altijd delen. Naast mij woont een stel met 3 kinderen. Zij hebben het ook niet breed. Soms komt het dochtertje bij mij en zegt, tante, ik heb honger. Dan maak ik iets lekkers voor haar. Ik ben heel handig in de keuken. Met één kipfilet maak ik een maaltijd voor 5 personen! Uien, knoflook, lekkere kruiden, daarmee kan je zoveel doen. Ik moet wel creatief zijn; ik heb maar één kookpit in de keuken. Maar het kan!

Eindjes aan elkaar knopen
Eigenlijk zit ik al jaren financieel moeilijk. Vroeger lukte het nog om met hulp van familie of buren zelf de eindjes aan elkaar te knopen. Maar dat gaat niet meer. Zo ben ik bij de voedselbank terechtgekomen. Ik vind het niet te min, ik ben niet hoogmoedig. Ik heb immers geen keuze?

Ik ben 62 jaar, alleenstaand, en ik heb 2 kinderen grootgebracht. Ik ben al 14 jaar niet meer met vakantie geweest. Wat ik nog het meeste mis, is dat ik nooit eens een lekker stukje vlees kan kopen. Alles moet altijd zo goedkoop mogelijk. Daar kan een mens somber van worden.

Ik blijf lachen
Vroeger was ik caissière in een supermarkt. Toen had ik geld. Maar nu niet meer. Als je krap zit, kan je heel snel nog verder in de put te raken. Ik heb wel eens 3 weken zonder geld gezeten. En momenteel heb ik een maand huurschuld, daar moet ik 7 maanden aan afbetalen. Maar ik blijf lachen, hoor! Ik heb geen luxe in huis, ik geef geen geld uit aan spullen, daar geef ik niks om. Voor mij zijn mensen belangrijk.’

(* Mariska is niet haar echte naam, die is wel bekend bij de redactie)

‘Ik heb maar 50 euro per week, maar voel me vrijer dan ooit’

Sabine schuift aan voor een kop koffie. Ze heeft net haar pakket opgehaald en wil wel vertellen over hoe zij ooit bij de Voedselbank terecht kwam. Ze is eind veertig en woont samen met haar volwassen, autistische dochter. Jaren geleden is ze door haar maatschappelijk werker naar de voedselbank gestuurd. ‘Ik heb dagen gekend dat ik zelf niet at om mijn kinderen te kunnen voeden. Mijn ex en ik lagen in een ontzettend heftige scheiding, maar ondertussen woonden we nog wel in hetzelfde huis. Hij hield al het geld voor zichzelf en ik had helemaal niets om van te leven. We hebben te lang nog bij elkaar in huis gewoond. Als ik de dingen opnieuw kon doen dan was ik na de geboorte van mijn kinderen opgestapt. De eerste keer dat ik naar de voedselbank ging, vond ik echt eng. Maar eigenlijk voelde ik me meteen geaccepteerd.’

Dankbaar
‘Het ergste vind ik dat ik mijn zoon al jaren niet meer heb gezien en gesproken, die woont bij mijn ex. Mijn dochter is bij mij gebleven. Kortgeleden is vastgesteld dat ze autistisch is. Eindelijk hebben we een verklaring waarom naar buiten gaan en plekken met veel prikkels voor haar zo moeilijk zijn. We hebben per week maar 50 euro om van te leven. Dus ik ben erg dankbaar dat ik bij de voedselbank terecht kan. Ik schaam me er niet voor. Er zijn er meer in de buurt die bij de voedselbank komen.’

Vrij
‘Ik ben nu gelukkiger dan ik ooit met mijn ex-man ben geweest. Ik ben namelijk vrij. Vrij om te gaan en staan waar ik wil. En dan heb je verder niet zo heel veel nodig. De auto is ingeruild voor een tweedehands fiets. En ik hoop dat ik ooit weer een baan krijg, dan gaan we er nog iets op vooruit. Maar ik heb 18 jaar niet gewerkt, dus iets nieuws vinden valt niet mee. Mijn mooiste moment van de week is als het mijn dochter lukt om naar buiten te gaan. Dan gaan we samen naar het buurthuis voor een creatieve workshop. Dat zijn voor mij de lichtpuntjes.’
Met twee goedgevulde tassen loopt Sabine naar buiten, op weg naar haar dochter.

‘We redden het met de hulp van de Voedselbank’

Bij de koffietafels van het uitgiftepunt zit Sasja. Ze is 39 jaar en zit in een scootmobiel. Ze is door haar ex-vriend zo ernstig mishandeld dat ze niet meer goed kan lopen. Haar leven is hierdoor ingrijpend veranderd en dit heeft ook zijn weerslag op haar kinderen. ‘Dat ik niet meer met ze buiten kan spelen, met ze mee kan doen als ze een watergevecht houden ofzo, dat vind ik het allerergst.’

Vooroordelen
‘Mensen hebben soms zo makkelijk vooroordelen over de Voedselbank. Maar ze vergeten vaak dat er een heel verhaal achter zit. Dat ik af en toe met een auto mijn pakket kom halen bijvoorbeeld. Maar dat is de auto van m’n schoonouders die we soms mogen gebruiken. Of dat het laksheid is waardoor ik hier naartoe moet. Mijn ex heeft alles meegenomen, ik bleef achter met een enorme schuld. Nog anderhalf jaar dan zijn we uit de schuldsanering, we zijn op de helft.’

‘We redden het zo goed met de hulp van de Voedselbank. Ik ben er open over dat ik naar de Voedselbank ga. De kinderen worden er heel af en toe mee gepest. Vaak door kinderen waarvan ik weet dat hun ouders hier ook komen. De kinderen vragen wel eens wanneer we weer op vakantie gaan. Vakantie, dat is luxe. Eerst gaan we aflossen en dan komt die vakantie later misschien wel weer.’

Bijzonder
Ik ben erg blij met de Voedselbank. Met Kerst heb ik samen met mijn vriend en sponsoren geregeld dat de vrijwilligers ook een kerstpakket kregen. Dat hebben ze wel verdiend. Dat stond nog in de krant, blijkbaar was dat heel bijzonder.’